Bezwaarschrift

Reactie van buurtgroep GEzwiNT bij de kennisgevingsnota van het Plan-MER Sigmaplan zeeschelde Gentbrugge-Melle

DSC_0312

Verzoek om bijsturing en uitbreiding van het onderzoek

De buurtgroep “Gezwint” wil hierbij haar opmerkingen en aanvullingen op het voorliggende plan-MER aangeven. De buurtgroep heeft geen rechtspersoonlijkheid maar bestaat uit bezorgde buurtbewoners uit Sint-Amandsberg, Gentbrugge en Ledeberg. Wij genieten dagelijks van de schoonheid en de natuur die de huidige Zeeschelde te bieden heeft.
Als buurtbewoners zien wij drie grote uitdagingen voor de Zeeschelde: het behoud van de unieke natuurwaarden, het overstromingsrisico beperken en de knijtenproblematiek blijvend opvolgen Het voorliggend plan biedt ons geen overtuigend én duurzaam antwoord op deze uitdagingen. De buurtgroep benadrukt dat er een duurzame oplossing moet worden gezocht.

Verantwoording plan-MER Sigmaplan

Het plan-MER kadert in het Sigmaplan. Het Sigmaplan moet een oplossing bieden tegen overstromingen vanuit de Zeeschelde. Bij de herziening van het Sigmaplan werd een maatschappelijke kosten-baten analyse uitgevoerd. Hierin werd aangetoond dat de bouw van een stormvloedkering ter hoogte van de Oosterweel slechter scoort dan de combinatie van dijken verhogen en ruimte voor de rivier. In het voorliggend plan-MER wordt de aanleg van een sluis gemotiveerd met de functie als stormvloedkering en dit op enkele kilometers van het eindpunt van de getijdenwerking dieper landinwaarts. Dit project impliceert tal van aanpassingswerken naast het bouwen van de sluis zelf. Over de kosten die daarmee gepaard gaan wordt in alle informatiefolders en in deze kennisgeving gezwegen.Wij vragen dan ook dat een grondige maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) wordt uitgevoerd voor zowel de uitvoeringsfase (herstel oude sluis, aanpassingen dijken, baggeren, aanpassingen zandput, nieuwe aanleginfrastructuur scheepvaart…) als voor de operationele fase (onderhoud sluis, recurrente baggerwerken,..) en dit voor alle alternatieven, ook voor de hierna aangegeven bijkomend te onderzoeken alternatieven.
Als buurtbewoners vinden we dit een megalomaan project met grote kosten. We dringen erop aan dat het plan-MER zou onderzoeken of deze middelen niet duurzamer geïnvesteerd kunnen worden in dit gebied.

Infrastructuur Masterplan voor de Vlaamse Waterwegen

In het Infrastructuur Masterplan voor de Vlaamse Waterwegen wordt het ontbreken van een transversale Oost-West verbinding (Boven-Zeeschelde) opgenomen als een conceptueel knelpunt. In de kennisgevingsnota wordt aangegeven dat de interactie tussen pleziervaart en beroepsvaart aan de sluis van Merelbeke een probleem vormt. Er wordt echter niet aangegeven met welke frequentie de pleziervaart gebruikt maakt van de sluis van Merelbeke. Vormt dit werkelijk een probleem en waar werd dit onderzocht? Het Masterplan vermeldt de sluis in Merelbeke niet als een knelpunt. Het aanzuigeffect van het nieuwe voorgestelde traject op de pleziervaart moet tevens onderzocht worden. Zal het plan geen toename veroorzaken van het aantal passages ter hoogte van de sluis van Merelbeke, doordat pleziervaartuigen eventueel een ‘rondvaart’ zullen maken?

Bezorgdheden

Gebrek aan participatie

Dit plan heeft een invloed op de groenpool “Gentbrugse Meersen”. Dit is één van de vier groenpolen voor Gent. Bijgevolg vinden wij dat alle Gentenaren betrokken moeten worden.
Er wordt gesuggereerd dat dit in overleg is gebeurd met alle betrokken sectoren. De plannen zijn echter niet in overleg met de middenveldorganisaties, zoals GMF en Natuurpunt opgemaakt.
In de Jan Delvinlaan, rechtstreeks grenzend aan de Zeeschelde kregen de bewoners niets in de bus. De plannen werden in kleurrijke folders voorgesteld als beslist beleid. De folders worden door
vele buurtbewoners als misleidend bevonden.

Mobiliteit in de toekomst

De kennisgevingsnota vermeldt niets over een mogelijke mobiliteitsverandering bij het eiland in Gentbrugge. Op welke wijze verwacht men dat de passagiers van de plezierbootjes en vooral van de passagiersboten naar het eiland in Gentbrugge zullen komen? Zal dit de verkeersdruk op de omgeving niet doen toenemen? De Nijverheidskaai zou afgesloten moeten worden als sluipweg.
Waar voorziet men auto- en fietsparking?
Als buurtbewoners verwelkomen we het idee voor een fietsbrug langs de spoorweg. Dit kan echter ook onafhankelijk van de andere plannen uitgevoerd worden.

Water

De RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) van Destelbergen en de Gentse wijken rond de Schelde kunnen voor problemen zorgen als het Sigmaplan wordt uitgevoerd zoals voorligt. Vervuild rioolwater komt tijdens overstorten in de Schelde terecht. Bij stilstaand water is het risico op geurhinder,  verslibbing, eutrofiëring, muggenhinder en ander ongedierte veel groter dan bij stromend water. Dit moet verder onderzocht worden, samen met de afwatering van (vervuild) water uit grachten in het gebied. Voor de afwatering van Gentbrugge, Sint-Amandsberg, Destelbergen en Heusden wordt in de huidige situatie een beroep gedaan op een combinatie van gravitaire afwatering en pompgemalen. Door het project wordt dit gebied volledig afhankelijk van pompgemalen. Een te verwachten effect is dan ook een toename van het energieverbruik, zowel voor de verhoging van de capaciteit van de pompgemalen als door de sluisactiviteit. Dat in een tijdperk waar we zoveel mogelijk energie moeten besparen en energie steeds schaarser en duurder wordt. Het energieeffect en de mogelijke risico’s, zoals potentiële problemen tijdens stroompannes, moeten worden onderzocht. Er moet mogelijks een langsgracht voorzien worden. De kosten (installatie en exploitatie) van die ingreep moeten eveneens meegenomen worden in de MKBA.

De bodem van de Zeeschelde is sterk vervuild met zware metalen. Die vervuiling is het grootst ter hoogte van Gentbruggebrug. Uit analyses van VMM en INBO blijkt dat de vervuilde onderlaag ingekapseld is door een organische sliblaag. De sliblaag vormt een effectieve natuurlijke buffer. Momenteel is er geen uitloging meer, zo blijkt uit verschillende staalpunten. Het oppervlaktewater heeft een redelijke kwaliteit. Bij het baggeren van de bodem wordt de vervuilde sliblaag aan zuurstofrijkere omstandigheden blootgesteld. Hierdoor stijgt de redoxstatus en worden de metalen mobieler. Dit leidt tot een toegenomen opname in de voedselketen door bodemorganismen en uiteindelijk ook door vissen en vogels. Even gevaarlijk is de vrijstelling van zuurstofbindende stoffen waardoor zuurstofloze omstandigheden kunnen optreden. Dat kan in eerste instantie leiden tot vissterfte. De vrijstelling van sulfiden leidt bovendien tot ernstige geurhinder (geur rotte eieren). Hier baggeren kan een milieuramp veroorzaken. Hoe wordt het baggeren van de zwaar vervuilde bodem aangepakt? Hoe zal men de aantasting van de waterkwaliteit voorkomen? Een deel van de sediment voldoet als bouwstof. Hoe groot is dat deel en wat wordt er gedaan met de andere delen van het sediment? Welke risico’s – naar grondwater, bodem, etc – schuilen er in het hergebruik van vervuild sediment als bouwstof?

Gent kent momenteel al problemen met waterkwantiteit. Voor het kanaal Gent-Terneuzen is een bepaalde hoeveelheid zoet water nodig om de zoutintrusie door de sluis van Terneuzen tegen te houden. De vraag is dat ook of er wel genoeg water is voor extra versassingen. Dit extra waterverbruik zou een extra interferentie kunnen vormen met de beroepsvaart. De sluis zal het meest gebruikt worden in de lente en zomer, wanneer er het risico op watertekorten reeds groter is. Klimaatmodellen tonen ook aan dat het risico op droogte in die periodes zal toenemen in de toekomst, ongeacht welk scenario. Dat aspect moet onderzocht worden.

Nood aan pleziervaart?

In de kennisgeving wordt er onvoldoende melding gemaakt van de wenselijkheid of de voordelen van plezier- en passagiersvaart op dit deel van de Zeeschelde. Is het marktpotentieel niet overschat? Kan er een marktonderzoek gebeuren?
Het toegankelijk maken van de Schelde voor scheepvaart brengt grote kosten met zich mee: kosten die niet per se gedaan moeten worden in het kader van overstromingsveiligheid. Leveren de plezier- en passagiersvaart genoeg bijkomende baten op om die kosten te verantwoorden? Zouden de investeringen een voldoende grote groep gebruikers ten goede komen?
Bijkomend vragen we in welke mate deze investeringen passen in de visie van het totaalconcept
voor de Groenpool Gentbrugse Meersen.

Uitdagingen

Unieke natuur

De Zeeschelde biedt momenteel unieke natuurwaarden. Het vormt een zoetwatergetijdengebied dat zeldzaam is in onze regio, zeker zo dicht bij de stad. De Schelde wordt door de buurtbewoners dan ook gezien als een uniek stuk natuur om te genieten van de fauna en flora, de rust, mooie uitzichten, etc. En dat in een verder natuurarme stad.
De plannen leiden tot een toenemend tekort op estuariene natuur binnen het Sigmaplan. De slikken van het unieke zoetwatergetijdenbiotoop zijn nochtans beschermd via het Natuurdecreet, met een verbod op vegetatiewijziging.
Het verlies van dit biotoop zou elders worden gecompenseerd. Maar die compensatie wordt louter in termen van oppervlakte benaderd. De Zeeschelde Gentbrugge-Melle vervult met zijn lengte echter ook een corridorfunctie voor watergebonden fauna en flora. Vooral voor de talrijke watervogels (zeldzame tot zeer zeldzame soorten) betekent dit stuk Schelde een verbinding met het omliggende landschap (Gentbrugse Meersen, Damvallei, de plas naast de RWZI Destelbergen,…).
De plezier- en passagiersvaart betekent een verstoring voor de aanwezige vogels. De verhoogde waterstand kan een invloed hebben op de flora. Verder zijn er vragen zoals: wat met de veroorzaakte golfslag? Wat zal er gebeuren met afzettingen van organisch materiaal in de toekomst? Deze aspecten moeten worden meegenomen in het effectenonderzoek.

Overstromingen

Het plan kadert in het Sigmaplan dat overstormingen moet voorkomen. De Universiteit Antwerpen heeft van het Sigmaplan Zeeschelde-Gentbrugge-Melle & Bastenakkers-Ham de buffercapaciteit (tegen overstromingen) onderzocht. Het besluit luidt dat die capaciteit “onduidelijk” is. Dat stelt ons allerminst gerust! Het voorgestelde traject, dat niet meer onderhevig zou zijn aan getijdenwerking, beslaat 30 ha.
Indien de dijken niet verhoogd (+7,5 m) worden en de waterspiegel op +2,45 komt, dan betekent dat een hoogteverschil van 3 meter. 30 ha of 300.000 m² x 3 m = 900.000 m³ of bijna 1 miljoen kubieke meter water bergingscapaciteit die verloren gaat. De buffercapaciteit van het gebied als natuurlijk getijdengebied moet dan ook verder worden onderzocht, met daarbij ook de optie met verhoogde dijken.

Knijtenproblematiek

De knijten zijn van oudsher aanwezig in het gebied; ze zijn eigen aan slikken en schorren. Er heeft zich in 2008 door extreme droogte een knijtenexplosie voorgedaan. Die gaf grote overlast voor  directe buurtbewoners langs de Schelde. Intussen is er opnieuw waterdoorstroming waardoor het probleem onder controle is. Zolang er een geul is en het water in beweging kan blijven, mee met de  getijden, heeft de knijtenpopulatie heel weinig kans om te groeien. De natuurlijke ontwikkeling van het gebied, die door de mens kan worden ondersteund, trekt bovendien veel natuurlijke vijanden van de knijten aan zoals vogels.
Daarnaast houdt het diertje niet zo van de geur van watermunt. Die plant is streekeigen en kan heel goed gedijen langs de randen van een getijdenrivier. Indien exoten (zoals Japanse duizendknoop) er systematisch worden bestreden, zou de streekeigen biotoop van het gebied opnieuw floreren en kan een natuurlijk evenwicht het knijtenprobleem in de hand houden.

Recreatie

De Schelde is momenteel een druk gebruikt recreatiegebied voor de buurt. Joggen, wandelen, fietsen, natuurbeleving, … Elke dag vinden vele mensen hier ontspanning. Het is een gebied zonder lawaaierig verkeer – enkel de E17 geeft er ruis. Gemotoriseerde plezier- en passagiersvaart zal hier afbreuk aan doen.
De voorliggende plannen staan haaks op de visie over de Groenpool Gentbrugse Meersen. Ze ondermijnen de natuurwaarden van het gebied en het Gentse beleid rond de groenpool. “De toegangszone zal de grootste bezoekersdruk opvangen. Van hieruit kunnen bezoekers de kern van de groenpool bereiken. Hoe verder men richting Schelde gaat, hoe minder intens de recreatieve invulling wordt. De natuurzones zijn heel luw.”
Stad Gent is hier zelf ook bezorgd om blijkt uit het nieuwe bestuursakkoord: “Bij het bepalen van het standpunt van het stadsbestuur over de toekomst van het stuk Zeeschelde tussen Gentbrugge en Melle, is de impact op de natuurontwikkeling (zowel kwantitatief als kwalitatief) in de Gentbrugse Meersen en het daarmee verbonden natuurgebied Damvallei een cruciaal element. Gezien de Schelde de slagader is van de Gentbrugse Meersen/Damvallei moet ook de invloed van het eventueel baggeren op de waterkwaliteit van de Schelde grondig bestudeerd worden.”
Er moet onderzocht worden of de plezier- en passagiersvaart voor een bijkomende recreatie zorgen. In het gebied is er immers al veel zachte recreatie met verschillende B&B’s. Komt de zachte recreatie (fietsen, wandelen, natuurbeleving, etc.) niet in het gedrang bij een toename van harde recreatie door vaartuigen? Zouden investeringen in een betere fietsontsluiting en het veiliger maken van de bestaande fietsroutes geen grotere incentive zijn voor recreatie in de buurt? Daarnaast moet de invulling van infrastructuur – fiets- en wandelpaden, bruggen, kijkhutten, etc. – voor recreatie afgestemd worden op de visie voor de Gentbrugse Meersen.

Conclusie

We willen dat er een nieuwe schatting van de kost van het voorliggende plan wordt gemaakt die rekening houdt met onze opmerkingen. De kost van 13,7 miljoen euro lijkt ons namelijk onderschat. Met dat budget kunnen werken gebeuren om de dijken te verhogen en te verstevigen én extra initiatieven worden uitgewerkt. Dit kunnen initiatieven zijn rond natuureducatie, veilig fietsen, … voor een brede doelgroep van buurtbewoners en andere Gentenaren. Wij hebben het geluk om op een uitzonderlijke plaats aan een uitzonderlijke rivier te wonen, en deze willen wij in al zijn kracht blijven kennen en ontwikkelen.
In het kader van de voorliggende kennisgeving van het plan-MER wenst het buurtcomité dat in eerste instantie een realistische en gedetailleerde beschrijving wordt gemaakt van de huidige  toestand, de zogenaamde nul-optie, met verwijzing naar het ecologisch belang van het gebied, zowel in nationale als internationale context. Ook de bergingscapaciteit van de Zeeschelde dient in dit kader nauwkeurig te worden bepaald. Tot slot moet ook de potentiële ontwikkeling van het gebied worden ingeschat indien niet zou worden ingegrepen.

Verder wil Gezwint dat volgende scenario’s grondig worden onderzocht, met o.m. een MKBA:

1. Behoud van de aanwezige slikken en schorren met beperkte verhoging van de bestaande dijken om de bestaande bergingscapaciteit te verhogen. In dit scenario zal de rivier haar dynamiek en uitzonderlijke ecologische waarde kunnen behouden. In dit scenario zal de Schelde ook haar interactieve rol met de omliggende Gentbrugse Meersen en de Damvallei kunnen blijven vervullen. Een eventuele inrichting van de Gentbrugse Meersen als GOG of GGG in het kader van de ontwikkeling van deze groenpool wordt niet gehypothekeerd. De eventuele aanwending op termijn van de getijdenwerking voor de opwekking van groene energie wordt eveneens gevrijwaard.

2. Het eerste scenario aangevuld met maatregelen om de bergingscapaciteit van het gebied extra te vergroten en het risico op overstroming nog verder te reduceren. In dit scenario wordt  bijkomende bergingscapaciteit gecreëerd door de inrichting van Bastenakkers als GGG. Dit scenario biedt naast extra beveiliging voor overstroming ook kansen voor zachte recreatie en natuurontwikkeling in het gebied.

3. Geen sluis, maar een stuw die energie kan opwekken door het getijdenverschil. Die wordt dan enkel gesloten bij overstromingsgevaar, zodat het getijdensysteem behouden blijft. Een gedegen onderzoek moet uitmaken of deze optie mogelijk is en wat de effecten ervan zijn. Hierbij kan stroomopwaarts de huidige toestand bewaard worden.

4. Indien W&Z eraan vasthoudt het scenario met sluis te Heusden verder te onderzoeken dienen de negatieve milieueffecten veel grondiger onderzocht en ingeschat te worden. Naast de verplicht te onderzoeken milieu-effecten (effecten op biodiversiteit, flora, fauna en diverse milieucompartimenten) vindt Gezwint dat ook volgende (nietlimitatieve) lijst van milieueffecten aan bod dienen te komen:
a. het risico op verontreiniging van de Schelde door vrijstelling polluenten en de impact op het behoud of behalen van de waterkwaliteitsdoelstellingen,
b. het risico op ontstaan van milieuhinder bij de realisatie van het plan (extra aandacht voor de.geurproblematiek tijdens de realisatie),
c. de reële kosten en risico’s bij de berging van de baggerspecie,
d. de impact van de lozingen van de RWZI Destelbergen en diffuse lozingen op de
waterkwaliteit van de afgesloten Schelde,
e. de impact van de reductie van de natuurlijke waterbergingscapaciteit van de
Schelde,
f. het verlies van de corridorfunctie voor tijgebonden flora en fauna,
g. de mobiliteitsproblematiek door het aanzuigen van extra verkeer.Verder is Gezwint van oordeel dat vooraf de maatschappelijke nood aan pleziervaart via een
uitgebreid onderzoek zou moeten worden aangetoond. Gezwint is alleszins van oordeel dat voor
de ontwikkeling van de pleziervaart alternatieve mogelijkheden bestaan waarvoor de opoffering
van ecologisch waardevol rivier- en getijdengebied niet vereist is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: